‘Als, beste lezer, wij elkaar zouden ontmoeten en u mij vervolgens bij u thuis uitnodigt, zullen we misschien over uw dag praten bij een glas Côtes du Rhône. Terwijl u uw laatste avonturen deelt, zal ik meer over u te weten komen, maar dat zou op geen enkele manier een inbreuk op uw privacy zijn. Als u mij echter door een raam zou zien ‘afluisteren’ terwijl u dezelfde gebeurtenissen met iemand anders deelt, zou ik een engerd zijn die uw privacy schendt.’

 

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door The New York Times (@nytimes) op

Met deze worden begint begint Robin Berjon, VP Data Governance bij de New York Times, zijn blogpost waarin hij beschrijft hoe de krant een aantal maatregelen heeft genomen om de privacy van haar lezers te beschermen. Dit omvat een herziene gegevensbeschermingsverklaring, die nu zo eenvoudig zou zijn opgesteld ‘dat een zevenjarige deze kan begrijpen’. Een nieuwe sectie met veelgestelde vragen (FAQ’s) is moet lezers meer transparantie bieden over de verwerking van hun gegevens. In deze blogpost verwijst Berjon en passant ook naar de wijze waarop de krant gaat stoppen met programmatic advertising.

‘Privacy is contextueel, maar het kan moeilijk zijn om te weten wat gepast is in digitale contexten. Hoewel het duidelijk is dat de wachtruimte bij de dokter niet dezelfde sfeer heeft als je je favoriete bar, houdt onze digitale ervaring in dat we staren naar glanzende stukken plastic die er allemaal hetzelfde uitzien. Je kunt misschien we iemand betrappen die door je raam staat te spioneren, de meeste mensen kunnen de code die deze persoon weer in de gaten houdt niet zien.’