AI en kunst: een verstandshuwelijk?

Bob Hardus

Bob Hardus

‘In plaats van AI als een bedreiging te zien, moeten we de technologie omarmen als een kans om kunst te innoveren.’ dat schrijft kunstenaar Dimitri van den Berg in een opiniestuk in de Volkskrant van 23 april. Een lastig verhaal. En bij voorbaat een moeilijk huwelijk: AI en kunst. Maar een interessante oefening om na te denken over de impact en de betekenis van AI in ruime zin.


Boven aan deze pagina staat ‘The Electrician’ uit de serie ‘Pseudomnesia’ van de Duitse kunstenaar en fotograaf Boris Eldagsen. Deze ‘foto’ won een prestigieuze fotowedstrijd, maar bleek uiteindelijk geen echte foto te zijn, maar een door AI gegenereerde afbeelding. Volgens sommigen een fout van de jury; kijk naar de hand op de rechterschouder, die had een belletje moeten doen rinkelen. Volgens anderen had de kunstenaar het beeld nooit in mogen sturen als foto. Uiteindelijk heeft de kunstenaar de eer aan zichzelf gehouden en de prijs niet geaccepteerd. Beeld Reuters via devolkskrant.nl

AI en kunst vormen een spanningsveld waar veel van de vragen die nu binnen allerlei sectoren samenkomen spelen. En net zoals overal het geval is; uniek is de situatie niet, baanbrekend wel. Blijkt AI straks een stoommachine-, een internet- of een iPhonemoment in de geschiedenis?

Wat is kunst?

 

Het onderwerp AI en kunst begint vaak met de vraag of wat een ‘AI’ maakt wel kunst kan zijn. Maar dat is eigenlijk al een stap te ver. Dan doen we net alsof het resultaat van een AI-tool kunst is, omdat je het vraagt om iets ‘kunstzinnigs’ te maken; een kind dat toevallig een leuke, artistieke foto maakt, heeft ook nog geen kunst gemaakt. Kunst is een proces dat begint bij een maker die iets wil ‘verbeelden’, daarvoor een bepaald medium zoekt en uiteindelijk tot een expressie komt. Dat is nog wat vaag. En de vraag ‘wat is kunst?’ zal dat ongetwijfeld blijven. Daarom wil ik het graag toespitsen op een bepaald genre, waarbinnen de vraag of het product zelf ‘kunst’ was heel lang niet eens ter zake deed.

Perspectief, verftube of fotografie

 

Als we de schilderkunst als uitgangspunt nemen, dan zijn er – zeker vanaf de vroegmoderne tijd – een aantal ontwikkelingen geweest die alles op z’n kop hebben gezet:

  1. Perspectief

  2. Verf in tubes

  3. Fotografie

Perspectief
Door de introductie en snelle adaptatie van perspectief waren tekenaars en schilders plotsklaps in staat om de wereld veel realistischer weer te geven. Let wel! Dat was in een tijd dat er nog geen moderne, abstracte kunst bestond en een schilder op gelijke voet stond met bijvoorbeeld de beeldhouwer en de edelsmid. Ambachtslieden van de hogere stand. Door het perspectief veranderden de afbeeldingen op schilderijen compleet. De verfbehandeling en daarmee de mate van detail dat met een schilderij bereikt kon worden, bleef hetzelfde. Leonardo Da Vinci (Anchiano (Vinci), 15 april 1452 – Amboise, 2 mei 1519) kon door het toepassen van perspectief niet plotseling honderd keer ‘beter’ schilderen dan Jan van Eyk (Bisdom Luik, circa 1390 – Brugge, 9 juli 1441), die te boek staat als de grondlegger van schilderen met olieverf.

Een studie naar perspectief door Leonardo da Vinci via researchgate.net

Verf in tubes
Met de uitvinding van olieverf in tubes in 1841 konden schilders voortaan buiten werken. Rechtstreeks naar de natuur ín de natuur, in plaats van op basis van potloodschetsen schilderijen maken in hun ateliers. Deze schilderwijze wordt aangeduid als ‘plein air’-schilderen en leidde via de school van Barbizon tot de impressionisten, onder aanvoering van Claude Monet. Onder andere Vincent van Gogh en de schilders van de groep Les Nabis (waartoe Gauguin en de Nederlander Jan Verkade behoorden) brachten deze techniek nog een stap verder door ook een gevoelsbeleving aan hun schilderijen toe te voegen. Zo konden kleuren niet alleen de werkelijkheid representeren, maar ook de ‘gevoelde’ ervaring van de kunstenaar.

Het schilderij ‘Impressie. Zonsopgang’ door Claude Monet via wikipedia.org

Fotografie
Fotografie is een geval apart. Toen de draagbare camera in het derde kwart van de negentiende eeuw gemeengoed werd, zorgde dat er niet alleen voor dat schilders een belangrijk hulpmiddel kregen ter ondersteuning van de compositie van hun schilderijen; deze technologie ontwikkelde zich uiteindelijk ook tot een zelfstandig medium, dat naast de schilderkunst bestaat.

De foto van het Amsterdamse Westerdok en het schilderij dat George Hendrik Breitner erop inspireerde (herkomst: collecties Rijksmuseum Amsterdam & Kunstmuseum Den Haag)

De vraag is nu; wanneer de kruitdampen neergedaald zijn, blijkt AI in de kunst dan een hulpmiddel (perspectief), een handige tool (verf in tubes), een nieuw, op zichzelf staand medium, of een combinatie van beide – zoals met fotografie is gebeurd? Of hebben we straks toch een volledig nieuwe definitie van kunst nodig?

Lees meer over de prijswinnende ‘foto’ die geen foto bleek te zijn in een uitgebreide analyse in The Guardian

Meer nieuws & inzichten